Valkenburg

NEGEN MOOIE DAGEN IN BRAZILIË

Het is alweer enkele jaren geleden dat er een bezoek werd gebracht aan de projecten van Amigos do Brasil in de deelstaat Pernambuco, het noordoosten van Brazilië. Deze keer ondernemen Agnes van der Ploeg en Nan von der Ruhr van het bestuur en Simone Schenk, Mia Rikers en Nelly Kuijs van de Amigos knutselgroep de reis, uiteraard geheel op eigen kosten.

Omdat we een vertraging van 9 uur hebben in Lissabon, komen we ’s nachts om 4 uur aan in Recife, waar we worden opgewacht door Rover en Eliana. We hebben veel extra bagage bij ons, zes koffers vol met kinderkleding, puzzels, spelletjes, maar ook luiers, lakens en kleding voor volwassenen.
Ons bezoek blijkt samen te vallen met grote maatschappelijke onrust in Brazilië, die is losgebarsten door het verhogen van de bustarieven.

De mensen protesteren ook tegen de enorme corruptie en de slechte staat van gezondheidszorg en onderwijs. Door de demonstraties is de binnenstad van Recife herhaaldelijk afgesloten, met een enorme verkeerschaos tot gevolg. Maar die nacht is het doodstil in de stad en rijden we langs de kust naar ons hotel in Olinda, de historische voorstad van Recife en tevens de woonplaats van Rover en Eliana.

Rover heeft op onze kosten een volkswagenbus gehuurd en zal ons de komende negen dagen zoveel mogelijk laten zien van de leefomstandigheden van de grote sociale onderklasse en ons uitleggen hoe moeilijk het is en hoe langzaam het gaat om deze bevolkingsgroep vooruit te helpen. Brazilië is ‘booming’, dat is goed te zien aan de grote aantallen wolkenkrabbers en auto’s die er de laatste jaren zijn gekomen. Er is meer werkgelegenheid, veel mensen hebben het beter gekregen, maar er is onverminderd sprake van enorme armoede in de krottenwijken. De mensen die daar wonen worden gezien als outcast en tellen niet mee als burgers. Rover noemt het “sociale apartheid”.

Ons eerste bezoek is aan het gehandicapten-project in Mangueira, een volkswijk in Recife. Eerst halen we Sara en haar moeder Esther op die in een hut wonen aan de voet van een brug waar overheen een belangrijke verkeersader loopt. Sara is 20 jaar en verlamd, ze heeft een zoontje van 6 jaar. Samen met haar kind, haar moeder en haar broer van 13 leven ze van haar uitkering. Ze heeft een rolstoel gekregen van de gemeente en gaat naar de dagopvang als er iemand is om haar op te halen. Onze dagopvang is haar enige contact met de buitenwereld. Haar moeder is altijd bij haar om haar te helpen en heeft op deze manier ook een verzetje . Als wij hen ophalen, wijzen ze trots op het schilderij dat Rover van Sara heeft gemaakt en dat een prominent plekje in hun huisje heeft gekregen.

Het project biedt aan ongeveer veertig gehandicapten drie keer per week dagbesteding. Er wordt niet geselecteerd op handicap of leeftijd, het belangrijkste criterium is de ernst van de achterstandsituatie waarin iemand leeft. Alle activiteiten die worden georganiseerd hebben tot doel om de eigenwaarde van de mensen te versterken. Lora (zus van Eliana) en Marie Angela zijn al ruim 15 jaar de drijvende krachten. Marie Angela heeft al jaren last van een open been maar komt desondanks drie keer per week met de bus naar Mangueira.

Het project fungeert tevens als een soort wijkcentrum; kinderen en vrouwen uit de buurt lopen er in en uit. Voor iedereen is er een vriendelijk woord en voor zover mogelijk raad en daad. Een keer per maand worden er haren geknipt, geverfd, geföhnd, nagels gelakt etc. En dat is uitgerekend op de dag dat wij er zijn. In de kapsalon kijkt iedereen je lachend aan.

Zag het pand er een paar jaar geleden nog tip-top uit en was de binnenplaats net betegeld, nu is alles nat en vochtig en bladdert de verf van de muren af. De binnenplaats is momenteel niet te gebruiken. Dit alles is het gevolg van de kapotte en verstopte waterafvoer in de “straat”, wat al jaren een enorm probleem geeft in de regentijd en maar niet gerepareerd wordt. Als het plenst loopt het water de gang in en de binnenplaats op, waar het niet weg kan. Het onderhoud van het pand is dus een groot probleem. De hele wijk maakt een verwaarloosde en armoedige indruk, de mensen die hier wonen komen hun wijk niet uit, hebben geen geld voor de bus of een versnapering. Hoge bloeddruk is een veel voorkomende ziekte die, zoals men aanneemt, wordt veroorzaakt door stress.

Een keer per maand wordt de bloeddruk gemeten van de deelnemers van het project in opdracht van het gezondheidscentrum in de wijk, om zo de gezondheidstoestand van de mensen, onderbouwd met cijfers, in kaart te brengen.

We brengen ook een bezoek aan Gilmare en haar moeder. Gilmare is 40 jaar en minder begaafd, ze verzorgt haar 71 jarige moeder die een beroerte heeft gehad en de hele dag op een matras op de grond ligt. Voorheen kwamen ze vaak samen naar de dagbesteding maar omdat er geen rolstoel, geen vervoersregeling en geen hulp is voor haar moeder kan Gilmare helaas niet meer komen. Hun “huisje” is onvoorstelbaar armoedig met lemen vloeren en wanden en zonder daglicht. Oude lappen zorgen voor enige afscheiding. Buiten ligt allerlei oude troep maar ook zien we een vrij gemaakt, omheind stukje grond met zand op de bodem, een speelplaatsje. Even verderop zijn vrolijke jongens op blote voeten aan het voetballen.

De volgende dag bezoeken we “Het Grote Huis” gelegen in een middenstandswijk in Recife. We maken kennis met negen leden van het nieuwe bestuur van onze zuster-organisatie in Recife. Rover en Eliana zijn nog betrokken als adviseurs en toezichthouders. André is voorzitter en Lucas, de oudste zoon van Rover en Eliana en politiek geëngageerd, is vicevoorzitter.

De bestuursleden zijn allen universitair afgestudeerd in o.a. geschiedenis, sociologie en psychologie. Ze geven toelichting op een nieuw project genaamd “Communicadores Populares” (CP).

Met dit project zullen per half jaar dertig jonge mensen worden geselecteerd uit gemeenschappen met veel armoede, conflicten en misdaad. Zij krijgen in dat half jaar een training in journalistieke technieken en tekstuele vaardigheden. Het doel is om het eenzijdige beeld van “arm is gelijk aan crimineel” te veranderen en om de eigenwaarde en het zelfrespect van de mensen uit die gemeenschappen te helpen verbeteren. De artikelen, foto’s en videofilms zullen worden gepubliceerd. In een volgende nieuwsbrief zult u daar meer over horen.

Natuurlijk bezoeken we ook ons project ( in 1992 gestart door Rover en Eliana) in Campina Grande, een stad zo’n 200 km landinwaarts vanaf Recife, waar we allerhartelijkst worden ontvangen. Het is gelegen in een afgelegen volkswijk waar krotten tegenaan zijn gebouwd.

Elke dag worden hier veertig kinderen van 3 tot 7 jaar (uit de allerarmste gezinnen) van 8.30 tot 16.00 uur opgevangen en gestimuleerd in hun ontwikkeling. Alle kinderen zijn gealfabetiseerd als ze naar de openbare school gaan, waardoor ze vaak de eerste klas mogen overslaan. “Onze” kinderopvang is een begrip in de wijk, er zijn veel meer aanmeldingen dan er plaats is. De drie leerkrachten, zussen van elkaar, doen dit werk voor minder dan het Braziliaanse minimumloon. Van het jaarlijkse budget van 10.000 euro hebben de kinderen onder meer allemaal eenvoudige schooluniformpjes gekregen, is het dak gedeeltelijk vernieuwd omdat de oude pannen verbrokkelden en het overal lekte, zijn de w.c.’s betegeld en is er een klein kantoortje aangebouwd. Ook krijgen de kinderen elke dag een eenvoudige warme maaltijd.

De kinderen zijn allemaal mooi en vrolijk, maar ook tenger en bleek. We kunnen ons op dat moment geen voorstelling maken van de enorme armoede die we tegenkomen als we door de sloppenwijk lopen waar deze kindjes wonen. Nergens kleur, alles is bruin, grijs en grauw. Het is schokkend om dit met eigen ogen te zien.


Het huisje van Sara en Esther

Onder begeleiding van Eliana en Elza gaan we naar het huisje van de tante van Mariana, die die dag niet op de opvang is geweest. Mariana is ziek en met haar moeder, die voor dag en nacht werkt in de huishouding in Campina, naar de dokter. Tante, een nog jonge vrouw, woont met haar eigen drie kinderen, haar man, een oom, tante en Mariana in een kleine, donkere ruimte, waar oude lappen dienen als afscheiding bij slaapplaatsen en waar overdag de matrassen boven op elkaar gestapeld in een hoek liggen. Deze vrouw gaat met haar man voor dag en dauw naar de vuilnisbelt waar ze plastic en karton bijeen raapt om te verkopen aan bedrijfjes die aan recycling doen. Daarna zorgt ze er thuis voor dat de kinderen naar school gaan, want zegt ze: “ik werk zo hard omdat ik wil dat mijn kinderen leren, zelf kan ik niet lezen en schrijven”.

Onze kinderopvang zorgt er voor dat de kinderen van deze hard werkende vrouwen (en mannen) niet aan hun lot worden overgelaten. Het bezoek aan deze wijk laat een hele diepe indruk achter en we realiseren ons eens te meer wat een belangrijke functie ons project heeft in deze gemeenschap.


Keukenblok bij een van de kinderen thuis

Voor ons negendaagse bezoek hadden Rover en Eliana een heel programma gemaakt . Rover legde uit, wees aan, beantwoordde uitgebreid onze vragen en loodste ons ondertussen behendig door het soms griezelig chaotische verkeer. Met Eliana samen deden we inkopen voor de Kerstmarkt en ook mochten we diverse keren van haar kookkunst genieten op de sitio waar zij wonen. Hun huis is een plek/toevluchtsoord waar iedereen welkom is en waar voor kortere
of langere tijd mensen worden opgevangen. Wij hebben genoten van hun gastvrijheid; hebben onvergetelijke ervaringen opgedaan door met eigen ogen te zien hoe het geld van onze donateurs wordt besteed. Wij kunnen met de hand op ons hart zeggen dat de projecten elke euro waard zijn. We hopen dat het nieuwe bestuur er in slaagt om in eigen land fondsen aan te boren zodat ze minder afhankelijk van de Nederlandse Amigos worden.

Aan Rover en Eliana, die al die dagen geheel voor ons ter beschikking waren, onze grote, grote dank. Jullie, maar ook jullie kinderen, hebben ons een geweldig, onvergetelijk verblijf bezorgd!

Nelly Kuijs

Reisverslag 3